Scenarist Rik D’hiet over reeks VIII FLIKKEN
‘Flikken’ met een donker randje
Dankzij langlopende series als “Flikken” wordt het Vlaamse drama stilaan volwassen. “De weg is nog lang, maar we zijn goed bezig”, zegt de scenarist Rik D’hiet.
‘HET wordt nooit meer als vroeger!’, kondigt John Nauwelaerts (Jo De Meyere) de nieuwe reeks van Flikken aan. De trailer laat er geen twijfel over bestaan: de serie wordt een stuk donkerder. Er doen ook drie nieuwe personages hun intrede, vertolkt door Ianka Fleerackers, Pascale Michiels en Roel Vanderstukken, en voor de allereerste keer vertelt Flikken over dertien afleveringen één verhaal. Een schijnbaar banale reeks autodiefstallen zal de komende weken uitgroeien tot een bijzonder ingewikkelde zaak met wijde vertakkingen in het misdaadmilieu.
Neemt u daarmee een groot risico?
“We voelen ons toch wat onzeker, omdat het voor dit genre in Vlaanderen toch erg nieuw is. Wat ons vertrouwen geeft, is dat het vervolgverhaal op dit moment heel trendy is. Nog niet zo lang geleden werd het voor dood verklaard. Toen zijn 24, Desperate housewives en Lost gekomen, en sindsdien leeft het seriële drama weer op. Daarom denken we dat de kijker die extra inspanning zal willen leveren. We durven zelfs stilletjes hopen dat deze Flikken net zo verslavend zal werken als reeksen als 24 en Prison break , waarbij de fans nauwelijks kunnen wachten om het vervolg te zien.”
“Flikken” heeft zo’n trouw publiek dat u zich veel kunt permitteren?
“Het nieuwe concept is zeker niet vanuit een soort zelfzekerheid geboren, want die kan heel snel in zelfoverschatting omslaan. Het is echt ontstaan uit de wens om de kijker jaar na jaar iets nieuws aan te bieden en weer een stap vooruit te zetten. Alleen gebeurt het dit seizoen veel radicaler.”
“Het verhaal springt misschien het meest in het oog, maar ook de toon en de visuele stijl zijn veranderd. We zijn in zee gegaan met het postproductiebedrijf Grid uit Gent om het beeld met een speciale techniek filmischer te maken. Er is ook voor een nieuwe componist gekozen, Bart Ketelaere, en Koen Buysse van Zornik schreef vijf songs voor de reeks. Door alle ingrediënten beter op elkaar af te stemmen, denken we dat het vernieuwde Flikken opnieuw een stuk geloofwaardiger wordt en veel meer dan vroeger een alles omvattende sfeer uitstraalt.”
Die sfeer lijkt mij vooral harder en donkerder?
“Wat vaak frustreert bij politieverhalen die zich op vijftig minuten afspelen, is dat er in het begin een moord gepleegd wordt die op het einde van de aflevering al opgelost moet zijn. En dat is toch een erg optimistische weergave van de werkelijkheid. Door één verhaal te maken over dertien afleveringen, hoeven de hoofdpersonages geen superflikken meer te zijn, maar mensen die beseffen dat de misdaad een vast gegeven is. Ze worden geconfronteerd met een bende die het lef en de knowhow heeft om de maatschappij op te lichten en de flikken het leven erg lastig te maken. En dat maakt de toon van Flikken een stuk realistischer, maar inderdaad ook donkerder. Niet dat we nu plots een Vlaamse variant van The Sopranos willen maken. De vaste ingrediënten van Flikken - spanning, humor en een vleugje romantiek - blijven behouden.”
Is dat geen radicale breuk met het verleden? “Flikken” moest het niet gaan zoeken bij de maffiosi maar bij wat de mens in de straat kan overkomen?
“Ik probeer duidelijk te maken dat de maffia geen abstract gegeven is. Het is niet de maffia die we kennen uit de films met peetvaders die een gouden ring laten kussen. De maffia is erg vertakt in het dagelijkse leven. Als je naar de hormonenmaffia kijkt, blijken dat al bij al heel normale mensen te zijn. De flikken beseffen meer en meer dat die misdaad misschien wel geworteld is in de onderwereld, maar dat er heel veel raakvlakken zijn met de bovenwereld. ”
Waarom is “Witse” een nog veel groter succes dan “Flikken”?
“Het zijn twee verschillende genres. Flikken is meer geïnspireerd op het procedural drama dat zich sinds de jaren tachtig in de Verenigde Staten heeft ontwikkeld en de nadruk legt op de realistische weergave van het politiewerk en de interactie tussen politiemensen. Witse daarentegen is meer het klassieke detectiveverhaal, dat teruggaat tot Sherlock Holmes.”
“Dat Witse een erg Vlaams en speels personage is dat door Hubert Damen bovendien prachtig vertolkt wordt, draagt ongetwijfeld bij tot het succes. Bovendien blijkt de detective als genre onverwoestbaar. Men is er in geslaagd een heel klassieke vertelling met een klassiek verwachtingspatroon toch actueel en Vlaams te maken.”
Hoe gaat u om met de bikkelharde kritiek dat het Vlaamse drama banaal en te clichématig zou zijn?
“De kritiek op zich bewijst het belang dat gehecht wordt aan een goed verhaal. En in Vlaanderen vertellen we dit soort verhalen nog niet lang. Langs de kade was de eerst langlopende reeks op televisie, waarvan tussen 1988 en 1993 hoop en al vijftien afleveringen zijn gemaakt. Wij hadden geen traditie en knowhow, maar intussen zijn we onze achterstand op traditionele televisielanden als Groot-Brittannië en de Verenigde Staten aan het inhalen.”
“Het is een dubbel gevoel: enerzijds weten we dat er nog een lange weg te gaan is, anderzijds beseffen we ook dat we niet zo slecht bezig zijn als sommigen beweren. Men gaat er nogal makkelijk van uit dat minstens één miljoen kijkers op zondagavond een evidentie is. Maar je moet ze toch verdienen. Witse en Flikken scoren buitengewoon goed, wat toch bewijst dat we de mensen raken en dat we ze geven wat ze verlangen: spanning en herkenbare menselijke emoties.”
U ziet toch ook het verschil met de Amerikaanse topreeksen?
“Reeksen als The wire en Deadwood worden terecht de hemel in geprezen, maar men vergeet er wel bij te vertellen dat die worden gemaakt voor een relatief klein publiek. Ze worden uitgezonden op HBO, een betaalzender met een heel specifiek publiek met heel specifieke kwaliteitseisen. Dat soort dynamiek bestaat bij ons niet. Omdat televisie zo’n duur medium is, ben je in Vlaanderen verplicht om reeksen te maken voor een groot publiek.”
“Een traditie opbouwen is bijgevolg ook een kwestie van communicatie met dat publiek. Het is de kijker die vertelt of hij een bepaald genre lust of niet. Ofwel kies je voor de revolutie met een reeks die alle standaarden verandert, ofwel ga je stap voor stap, zoals we met Flikken doen. De Parelvissers en Matroesjka’s hebben intussen bewezen dat de kijker bereid is om ook mee te gaan in een minder conventioneel verhaal. En dat betekent dat we nu opnieuw een stap verder kunnen zetten in die communicatie met het publiek.”
In de VS hebben ze al lang ontdekt dat het schrijven van sterke verhalen teamwork is. U moet het in uw eentje doen?
“Ik heb het geluk gehad om in de VS de writer’s rooms van enkele topreeksen te kunnen bezoeken. Daar heb ik inderdaad vastgesteld dat teamwork een erg belangrijke factor is, maar ook en vooral dat dat teamwork met strenge hand geleid wordt door een zogenaamde showrunner, die meestal ook een scenarist is. Hij of zij bepaalt niet alleen waar het verhaal over gaat, maar ook wie er gecast wordt, de final cut van de montage, de muziek”
“Dat systeem van writer-producers heeft mensen als Steven Bochco, David Milch, David E. Kelley, David Chase, Allan Ball, Shawn Ryan, John Wells, Aaron Sorkin, Joel Surnow en Robert Cochran de kans gegeven om zonder al te veel compromissen hun artistieke visie door te drukken op al die terecht geroemde reeksen als Hill street blues, L.A. law, NYPD blue, Deadwood, The practice, Ally McBeal, The Sopranos, Six feet under, The shield, E.R., The West wing en 24 .”
Waarom neemt Vlaanderen dat systeem niet over?
“Het is een evolutie die ook hier aan de gang is. Bij Flikken word je als schrijver al heel nauw berokken bij de productie. Zo krijg je meer controle op het eindproduct. Maar de cultuur om samen te werken moet nog veel meer ontwikkeld worden. Het is ook een economisch verhaal. Als je met zes vaste schrijvers werkt, moet de producent die ook een vol jaar een goed loon betalen. In Vlaanderen zie ik dat nog niet direct mogelijk.”
Intussen bent u bezig met de bewerking van de “Monstertrilogie” van Tom Lanoye. En dan nu het serieuze werk?
“Er zijn uiteraard grote verschillen en het is plezierig om eens een ander soort drama te kunnen maken en een andere thematiek te kunnen behandelen. Maar Flikken is op zich moeilijker omdat je alle verhalen zelf moet bedenken. Met de Monstertrilogie van Lanoye vertrek je sowieso van een rijk werk. Er is niet alleen de dynamiek van een familiedrama, maar ook die veel bredere context van wat zich in de jaren negentig in onze maatschappij heeft afgespeeld als gevolg van de affaire Dutroux. Ik moet er nu voor zorgen dat al die ideeën een waardige vertaling krijgen naar film én naar een tiendelige televisiereeks. De film mag geen afkooksel zijn van de tv-reeks en de tv-reeks mag niet de film zijn die in drie stukken wordt gekapt.”
Merkt u als docent aan het Rits een groeiende belangstelling voor het vak?
“Studenten staan heel anders tegenover het medium televisie dan tien jaar geleden. Dat komt ongetwijfeld omdat er veel goede tv-reeksen worden gemaakt en televisie de plaats van de bioscoop begint in te nemen. Maar het probleem blijft hetzelfde, iedereen wil regisseur worden. Bijna niemand wil schrijven.”
“Daarom gaan we gebruik maken van de herstructurering van het hoger onderwijs om jonge mensen aan te trekken die andere studies hebben gedaan, zoals rechten of filosofie. Als in de VS een dokters- of een advocatenreeks wordt gemaakt, doen ze daar een beroep op artsen of advocaten met schrijftalent. Ook dat zou een verrijking kunnen betekenen voor het Vlaamse drama.”
Flikken, vanaf deze week elke zondag op Eén, 21.45 uur
Bron: De Standaard, 03/02/07